Deze website maakt gebruik van cookies.   Meer informatie Sluiten

Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie

Onlangs werden bij u opnamen van de borst gemaakt. Hierop is een afwijking zichtbaar. Uw behandelend chirurg heeft geadviseerd nader onderzoek te laten verrichten, omdat het niet zeker is of het een goedaardige afwijking betreft. Om de aard van het weefsel te bepalen is het noodzakelijk om een biopt (stukje weefsel) uit deze afwijking in uw borst te nemen.

 

Onderzoek

De laborant roept u binnen en zal u vragen uw bovenkleding uit te doen. U komt op de rug op een bed te liggen en de (assistent) radioloog zal eerst met de echo nogmaals de borst en eventueel de oksel waar het om gaat goed bekijken. Als de juiste plaats is bepaald, waar een stukje weefsel weggenomen moet worden, wordt deze plaats met stift gemarkeerd op de borst. De laborant zal nu de borst goed schoonmaken en ontsmetten met alcohol.


De radioloog verdooft plaatselijk het gebied waar geprikt gaat worden. Deze verdovingsprik kan een beetje een branderig gevoel geven. Na deze verdoving mag u op die plaats geen scherpte meer voelen. Als dit wel zo is, moet u dit aangeven bij de radioloog.


Nu zal de radioloog met een naald een stukje weefsel uit de afwijking in de borst wegnemen. Dit wordt een aantal keer gedaan om zeker te zijn dat er voldoende weefsel is om onderzocht te worden. Op het echoapparaat kan de radioloog de naald volgen en zo dus de juiste plaats zien, waar weefsel weggenomen moet worden.  

Voorbereiding

Gebruik voor dit onderzoek geen bodymilk op de borst. Wij adviseren een goed passende BH aan te trekken en het is raadzaam u door een vertrouwd persoon te laten begeleiden.

 

Bloedverdunnende medicijnen

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, zoals acenocoumarol (Sintrommitis) of fenprocoumon (Marcoumar), is het belangrijk dat u tenminste een week vóór het onderzoek contact opneemt met de trombosedienst. De trombosedienst zal u dan opdragen het gebruik van deze bloedverdunnende medicijnen tijdelijk te staken, zodat het bloed tijdens het onderzoek niet te dun is.


U krijgt van de trombosedienst een briefje mee voor de radioloog waarop de dikte van het bloed is aangegeven. Ook zorgt de trombosedienst ervoor dat de medicijnen na het onderzoek weer in de juiste dosering worden toegediend.


Overleg altijd eerst met uw behandelend arts of u met de bloedverdunnende medicijnen mag stoppen. Als u andere medicijnen gebruikt, mag u die gewoon innemen. Dit geldt ook voor acetyl-salicylzuur (kinderaspirientje).

 

 

 

Duur van het onderzoek

Het onderzoek duurt in totaal ongeveer dertig minuten.

 

Na het onderzoek

Omdat er op de plaats waar geprikt is een klein sneetje in de huid wordt gemaakt, zal de röntgenlaborant dit afplakken met een soort hechtpleister. Laat deze pleister in ieder geval tot de volgende dag zitten. Het is raadzaam om de eerste nacht na het onderzoek te slapen met een strakke BH aan. Mocht u erg veel pijn hebben, mag u een paracetamol innemen.


Zie ook

Patiëntenfolders

Zoeken

Lees voorLees voor |A A A | Print