Deze website maakt gebruik van cookies.   Meer informatie Sluiten

Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie

PSA (Prostaat Specifiek Antigeen) is een eiwit dat elke prostaatcel maakt. Het eiwit is een onderdeel van het zaadvocht, maar het is normaal dat er altijd wat van dit eiwit in het bloed terechtkomt.

 

Als gevolg van bepaalde prostaataandoeningen kan er meer PSA in het bloed terechtkomen. De PSA-waarde is dan verhoogd. Het kan gaan om aandoeningen als ontstekingsreacties (infectie), trauma (beschadiging van het weefsel) of prostaatkanker.

 

Bij mannen waarbij nog geen prostaatkanker is vastgesteld, kan de PSA-waarde worden onderzocht om na te gaan of er sprake zou kunnen zijn van prostaatkanker. Om de PSA-waarde te bepalen wordt bloed afgenomen en onderzocht in het laboratorium.

 

Een verhoogde PSA-waarde hoeft echter niet te betekenen dat er sprake is van prostaatkanker; er kunnen ook andere oorzaken zijn. Ook zal een grote prostaat meer PSA afscheiden dan een kleine. Regelmatig wordt een verhoging van het PSA gemeten zonder aanwijsbare oorzaak.


En andersom kan ook bij een normaal PSA-gehalte soms toch prostaatkanker worden vastgesteld. Toch speelt het bepalen van het PSA een belangrijke rol bij de opsporing van prostaatkanker: het helpt ons mee in het besluit of aanvullend onderzoek naar prostaatkanker nodig is of niet. Bij mannen waarbij de diagnose prostaatkanker is gesteld, kan het PSA worden gemeten om te zien of de behandeling effect heeft.


Redenen voor verder onderzoek

Hoe ouder de man, hoe hoger de normale PSA-waarde gemiddeld is. Als de gemeten PSA-waarde hoger is dan de normale bovengrens (zie tabel), kan besloten worden om weefselonderzoek (biopten) van de prostaat te doen.

 

Soms is het PSA al eerder gemeten. Als het PSA duidelijk is gestegen ten opzichte van deze eerdere meting, kan dit ook aanleiding zijn voor verder onderzoek. Soms kan een eerdere bepaling ook laten zien dat de PSA waarde juist heel stabiel is: dat kan dan juist een reden zijn te wachten met verder onderzoek. Het is goed om te realiseren dat ook bij een normale waarde van het PSA er een enkele keer toch prostaatkanker kan bestaan.

 

Figuur 1. Normaalwaarden PSA per leeftijdscategorie (mannen)

Waarde Leeftijdscategorie    
< 2,5           µg/l        40 - 50 jaar       
< 4,0            µg/l     50 - 60 jaar
< 5,5       µg/l      60 - 70 jaar
< 7,5       µg/l     > 70 jaar      

(Bron: Diagnostisch Centrum Jeroen Bosch Ziekenhuis)

 

Voordat besloten wordt tot verder onderzoek, zal de uroloog meestal ook inwendig onderzoek doen. Hierbij wordt via de anus de prostaat afgetast. De uroloog kan voelen of er afwijkingen aan de prostaat zijn.

 

Weefselonderzoek van de prostaat (prostaatbiopten)

Als aanvullend onderzoek nodig is, worden er wat stukjes weefsel (biopten) uit de prostaat gehaald voor nader onderzoek. De uroloog bepaalt met behulp van echografie de juiste plaats om de stukjes weefsel te verwijderen. Via de anus prikt de uroloog de weefselstukjes uit de prostaat. U krijgt vooraf een verdoving, waardoor u hier weinig van zult voelen. Het weefsel wordt onderzocht in het laboratorium. De uitslag is gewoonlijk na zeven dagen bekend. De uroloog bespreekt de uitslag met u op het spreekuur.

 

Wel of niet screenen?

Bij een preventieve screening op prostaatkanker, wordt gebruik gemaakt van de PSA-waarde. Preventief screenen kan sterfte door prostaatkanker verminderen. De screening kan echter ook nadelen hebben. Bij veel mannen zal prostaatkanker worden vastgesteld, terwijl zij daar geen klachten van zouden hebben in hun verdere leven. Behandeling is voor hen niet noodzakelijk, maar de diagnose kanker heeft wel impact op de kwaliteit van leven.

 

De Nederlandse Vereniging voor Urologie adviseert alle mannen die overwegen zich te laten screenen op het bestaan van prostaatkanker zich optimaal te laten informeren over het risico van de aanwezigheid van prostaatkanker, en de gevolgen van screening. De website www.prostaatwijzer.nl geeft hierover aanvullende informatie. Ook uw huisarts kan u helpen bij het maken van een keuze.

 

Heeft u een algemene vraag aan de uroloog? Deze kunt u hier stellen. Deze mogelijkheid dient niet als vervanging voor een consult. Raadpleeg bij urologische klachten eerst uw huisarts. Deze zal u doorverwijzen naar de uroloog als dat nodig is.


Zie ook

Patiëntenfolders

Zoeken

Lees voorLees voor |A A A | Print